Bx Cl Pl Glucose 20% 500ml
Geneesmiddel

Bx Cl Pl Glucose 20% 500ml

  € 8,02
Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

  1. Wanneer mag u dit middel niet toegediend krijgen of moet u er extra voorzichtig mee zijn? U mag nooit Glucose 20 % toegediend krijgen als:  u allergisch bent voor glucose in infusie of voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6;  u een bloeding heeft in uw hersenen of in uw ruggenmerg (intracraniale of intraspinale bloeding);  u niet meer kunt plassen (anurie);  u in coma raakt door een slechte werking van uw lever (hepatische coma);  u veel water en minerale zouten heeft verloren (ernstige dehydratie);  uw darmen de glucose uit voedsel niet goed kunnen opnemen (glucosemalabsorptiesyndroom);  u te veel suiker in uw bloed heeft (hyperglykemie);  uw lichaam te veel water bevat (waterintoxicatie, ook vochtopstapeling genoemd);  u niet genoeg natrium in uw bloed heeft (hyponatriëmie);  u niet genoeg kalium in uw bloed heeft (hypokaliëmie);  uw nieren slecht werken (nierfalen);  u een hersenoperatie moet ondergaan of net een hersenoperatie heeft gehad. Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel? Neem contact op met uw arts of verpleegkundige voordat u dit middel gebruikt. Voordat u een infusie met Glucose 20 % toegediend krijgt, breng uw arts op de hoogte als:  u allergisch bent voor mais of voor zijn derivaten: de glucose in dit geneesmiddel is afkomstig van mais;  u diabetes heeft: door de suiker in dit geneesmiddel zou deze aandoening kunnen verergeren;  uw nieren slecht werken (nierfalen): dit kan uw tolerantie voor glucose verlagen en door de glucose in dit geneesmiddel kan uw ziekte erger worden;  u een infectie heeft van het bloed (sepsis): dit kan uw tolerantie voor glucose verlagen;  u een letsel of een shock heeft gehad: dit kan uw tolerantie voor glucose verlagen;  u aan ernstige ondervoeding lijdt: uw lichaam heeft zich aan de tekorten aangepast en de behandeling met Glucose 20 % kan de werking van uw lichaam verstoren (refeeding syndrome);  u veel alcohol drinkt want hierdoor vermindert uw vitamine B1-concentratie, onmisbaar om de suikers te verbruiken: de snelle toevoer van glucose zou kunnen leiden tot shock (ernstige melkzuur-acidose);  de hoeveelheden van de minerale zouten in uw lichaam niet in evenwicht zijn (elektrolytevenwichtstoornis): dit kan worden verergerd door Glucose 20 %;  u een klonter heeft gehad in een bloedvat van de hersenen (ischemisch cerebrovasculair accident): met Glucose 20 % bestaat het risico dat de hoeveelheid suiker in uw bloed verhoogt en dit zou uw genezing kunnen vertragen;  uw hersenen ernstig beschadigd zijn door een recent hoofdletsel: door Glucose 20 % zou de hoeveelheid suiker in uw bloed kunnen verhogen en dit zou schadelijk kunnen zijn voor uw genezing;  uw hart slecht werkt (hartfalen): door Glucose 20 % zou de hoeveelheid bloed in uw bloedvaten kunnen verhogen en dit kan uw hart overbelasten;  u een tekort heeft aan natrium (hyponatriëmie): wanneer er niet voldoende natrium is om het effect te compenseren, kan Glucose 20 % een verlies aan water in uw bloed veroorzaken (perifeer circulatoir falen) en kan dit zelfs tot shock leiden, evenals tot een afname van de urineproductie (oligurie).  u een aandoening heeft die de oorzaak is van een verhoogd gehalte van vasopressine, een hormoon dat het vocht in uw lichaam regelt. U zou te veel vasopressine in uw lichaam kunnen hebben omdat u, bijvoorbeeld:

- een plotse en ernstige ziekte heeft gehad, - pijn heeft, - een operatie heeft ondergaan, - infecties, brandwonden, een hersenziekte heeft, - ziekten heeft die te maken hebben met uw hart, lever, nieren of centrale zenuwstelsel - bepaalde geneesmiddelen inneemt (zie ook hieronder " Gebruikt u nog andere geneesmiddelen ? "). Hierdoor kan het risico op een laag natriumgehalte in uw bloed stijgen en dit kan leiden tot hoofdpijn, misselijkheid, toevallen, lethargie, coma, zwelling van de hersenen en overlijden. Zwelling van de hersenen verhoogt het risico op overlijden en op hersenschade. Mensen die een risico lopen op zwelling van de hersenen zijn: - kinderen - vrouwen (in het bijzonder wanneer u in de vruchtbare leeftijd bent) - mensen die problemen hebben met het vochtniveau in hun hersenen, bijvoorbeeld, door meningitis, bloeding in de schedel of een hersenletsel. Tijdens uw behandeling met Glucose 20 %: let op voor hypo-osmotische hyponatriëmie Glucose 20 % kan een vermindering van minerale zouten veroorzaken in uw bloed en in uw lichaam een ophoping of verlies van water. Het effect van Glucose 20 % varieert naargelang de hoeveelheid die via de infusie wordt ingebracht, het vermogen van uw lichaam om glucose te verbruiken en uw gezondheidstoestand. Gedurende uw behandeling zal uw arts uw bloed laten onderzoeken om de evenwichten van uw minerale zouten en water te controleren maar u kunt zelf ook controleren op bepaalde tekenen van een afwijking. Breng onmiddellijk uw arts of uw verpleegkundige op de hoogte als u plots lijdt aan hoofdpijn, nausea (misselijkheid), een sterke slaperigheid (lethargie) of convulsies (stuipen): dit kan een teken zijn van een daling van natrium (een van de minerale zouten) en een verhoging van de hoeveelheid water in uw lichaam (hypo-osmotische hyponatriëmie), een ziekte die tot een coma of tot de dood kan leiden. Het risico op het optreden van hypo-osmotische hyponatriëmie is verhoogd:  bij kinderen;  bij ouderen;  bij vrouwen;  bij mensen die net een operatie hebben gehad;  bij mensen die niet in staat zijn om zich te onthouden van het drinken van grote hoeveelheden water (potomanie). Dit soort hyponatriëmie kan een ziekte van de hersenen (encefalopathie) veroorzaken, in het bijzonder:  bij kinderen jonger dan 16 jaar;  bij vrouwen, in het bijzonder bij vrouwen die bijna in de menopauze zijn (in premenopauze);  bij mensen die te weinig zuurstof hebben in het bloed (hypoxie);  bij mensen die al een ziekte van de hersenen hebben. Tijdens uw behandeling met Glucose 20 % zal uw arts ook het volgende nagaan De bloedonderzoeken die uw arts zal laten uitvoeren, dienen ook om het volgende te controleren:  of de hoeveelheid suiker in uw bloed normaal blijft. Als de hoeveelheid suiker in uw bloed verhoogt (hyperglykemie), zal uw arts de snelheid van de infusie vertragen zodat uw lichaam tijd heeft om de glucose te verbruiken, of hij/zij zal u insuline geven om het verbruik ervan te versnellen;  of uw lichaam de voeding die met de infusie wordt aangebracht, correct verbruikt. Als u ernstig ondervoed was, zal uw arts de hoeveelheid die door de infusie wordt aangebracht heel geleidelijk verhogen om te voorkomen dat hierdoor tekortkomingen en onevenwichtigheden (refeeding syndrome) ontstaan;  of uw lever de voeding door infusie goed verdraagt. Dit voedingspatroon kan bij sommige mensen die problemen hebben met hun lever of met hun galblaas, tot een ernstige leverziekte (leverfalen) leiden. Als dit gebeurt, zal uw arts samenwerken met een leverspecialist om voor u de beste behandeling te bepalen. Uw arts zal ook het effect van het infusiemateriaal op uw gezondheid controleren:  Katheters en vloeistoffen voor infusie moeten volledig steriel zijn om een infectie te voorkomen, met inbegrip van een infectie van het bloed (sepsis). Het risico op infectie is verhoogd als uw immuunsysteem slecht werkt (immuniteitsonderdrukking), als u ondervoed bent of als u te veel suiker heeft in het bloed (hyperglykemie). Breng uw arts of verpleegkundige op de hoogte als u koorts of koude rillingen heeft, omdat dit een teken van een infectie kan zijn;  Wanneer Glucose 20 % over een lange periode wordt toegediend, kan er een bloedklonter worden gevormd en kan de ader op de plaats waar de infusie is ingebracht, ontsteken (tromboflebitis). Uw arts zal nagaan of er zich bij u geen klonter heeft gevormd, omdat een klonter zich naar ergens anders in het lichaam kan verplaatsen en daar een belangrijk bloedvat kan afsluiten, bijvoorbeeld in de longen, de hersenen of het hart;  Bij mensen die met een infusie worden gevoed, kunnen er zich ophopingen vormen in de bloedvaten van de longen (pulmonale vasculaire depots). Dit kan ernstig zijn en in bepaalde gevallen leiden tot de dood. Uw verpleegkundige zal regelmatig de vloeistoffen, de katheters en de infusieslangen controleren om te zien of er geen ophopingen aanwezig zijn. Als u problemen ondervindt bij het ademhalen, kan dit een teken van ophopingen in uw longen zijn: breng onmiddellijk uw arts of uw verpleegkundige op de hoogte. Kinderen De infusie bij uw kind gebeurt onder toezicht van een arts die gespecialiseerd is in de voeding door infusie bij kinderen. Verhoging of afname van de hoeveelheid suiker in het bloed bij pasgeborenen Pasgeborenen, in het bijzonder onvoldragen pasgeborenen en baby's met laag geboortegewicht, lopen een groter risico om een abnormale hoeveelheid suiker in het bloed te hebben als ze Glucose 20 % toegediend krijgen. Bij pasgeborenen kan een daling van de hoeveelheid suiker in het bloed (hypoglykemie) het volgende veroorzaken:  langdurige aanvallen (convulsies);  een coma;  letsels in de hersenen. Bij de pasgeborene kan een verhoging van de hoeveelheid suiker in het bloed (hyperglykemie) het volgende veroorzaken:  letsels in de hersenen, waaronder een bloeding binnenin de hersenen (intraventriculaire bloeding);  een infectie door bacteriën of door schimmels die niet meteen zichtbaar is;  een ziekte van het netvlies (retinopathie) of een vroegtijdige veroudering van het netvlies;  een vernietiging van de binnenkant van de darm (necrotiserende enterocolitis);  een verhoging van de behoeften van het kind aan zuurstof. Hyperglykemie kan leiden tot langdurige ziekenhuisopname, en soms tot de dood van het kind. De specialist zal uw kind tijdens de duur van de infusie met Glucose 20 % nauwlettend controleren om te voorkomen dat de hoeveelheid suiker in zijn/haar bloed toeneemt of afneemt. Afname van natrium (hypo-osmotische hyponatriëmie) bij kinderen Alle kinderen (pasgeborenen en oudere kinderen) lopen een groter risico dan volwassenen op hypo�osmotische hyponatriëmie en op hyponatriëmische encefalopathie bij infusie van Glucose 20 % (zie de beschrijving m.b.t. hypo-osmotische hyponatriëmie in de rubriek hierboven: "Tijdens uw behandeling met Glucose 20 %: let op voor hypo-osmotische hyponatriëmie"). Vanwege het risico op een coma of op de dood, zal de specialist bij uw kind de minerale zouten tijdens de duur van de infusie nauwlettend controleren. Ouderen Heeft u een ziekte aan uw hart, nieren of lever of heeft u een andere ziekte die vaker voorkomt bij ouderen, en neemt u geneesmiddelen in, dan zal uw arts hiermee rekening houden voor de aanpassing van de hoeveelheid en de snelheid van uw infusie met Glucose 20 %.

Glucose 20 % is een vloeibaar geneesmiddel dat samengesteld is uit suiker (glucose), opgelost in steriel water.

De glucose in dit geneesmiddel verhoogt de hoeveelheid suiker in het bloed om energie aan te brenge n: dit geneesmiddel kan een normale voeding vervangen door u van de nodige energie en water te voorzien via een ader (parenterale voeding).

Dit geneesmiddel kan u worden gegeven als:  u een tekort aan water heeft (dehydratie), in het bijzonder als uw bloed te zuur is (acidose);  uw lichaam het risico loopt eiwitten te verliezen, bijvoorbeeld als u ernstige brandwonden heeft

(voorkomen van een overmatig eiwitkatabolisme in weefsels);  uw lever onvoldoende glycogeen bevat, een suiker die als energiereservee voor het hele lichaam dient en die door het lichaam van glucose wordt gemaakt;  u een operatie moet ondergaan of net een operatie heeft gehad, en u tijdelijk niet mag eten of drinken;  u problemen heeft met de lever, de nieren, het hart of het spijsverteringsstelsel waardoor u tijdelijk niet teveel mag eten of drinken;  u veel water heeft verloren: dit kan gebeuren als u ernstige diarree heeft of herhaaldelijk moet braken, als u hoge koorts heeft waardoor u veel zweet, of als uw arts u laat plassen om uw nieren te helpen omdat deze slecht werken (geforceerde diurese);

 u onvoldoende suiker in het bloed heeft (hypoglykemie).

Welke stoffen zitten er in dit middel? De werkzame stof in dit middel is glucose (onder de vorm van monohydraat) à 200 g/l. De andere stoffen in dit middel zijn zoutzuur en water voor injecties.

Neemt u nog andere geneesmiddelen in? Neemt u naast Glucose 20 % nog andere geneesmiddelen in, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat innemen? Vertel dat dan uw arts.

Sommige geneesmiddelen werken in op het hormoon vasopressine. Deze geneesmiddelen kunnen bestaan uit

• medicatie tegen diabetes (chloorpropamide), • geneesmiddelen tegen cholesterol (clofibraat), • sommige geneesmiddelen tegen kanker (vincristine, ifosfamide, cyclofosfamide), • selectieve serotonineheropnameremmers (gebruikt om depressie te behandelen), • antipsychotica of opiaten voor krachtige pijnstilling, • geneesmiddelen tegen pijn en/of ontsteking (ook bekend als NSAID's), • geneesmiddelen die de werking van vasopressine nabootsen of versterken zoals desmopressine (gebruikt om toegenomen dorst en urine-uitscheiding te behandelen), terlipressine (gebruikt om bloeding van de slokdarm te behandelen) en oxytocine (gebruikt om de bevalling in te leiden),

• anti-epileptica (carbamazepine en oxcarbazepine), • diuretica (middelen om beter te kunnen plassen).

U moet uw arts vooral op de hoogte brengen als u het volgende inneemt:  corticosteroïden, geneesmiddelen die worden gebruikt voor het behandelen van een allergie, ontsteking en bepaalde ziekten van het bloed, en om transplantaatafstotingen te voorkomen;  corticotropine, een geneesmiddel dat onder andere wordt gebruikt voor het behandelen van ziekten van de bijnieren, van huidziekten of van auto-immuunziekten.  insuline, een geneesmiddel dat wordt gebruikt voor het bepalen van de hoeveelheid suiker in uw bloed. Door de suiker die in uw infusie van Glucose 20 % zit, kunnen uw insulinebehoeften veranderen: uw arts moet mogelijk uw dosis insuline aanpassen;

 andere geneesmiddelen voor diabetes: uw arts moet mogelijk de dosis ervan aanpassen;  geneesmiddelen die invloed hebben op het evenwicht in water en minerale zouten in uw lichaam: bent u niet zeker of u dergelijke geneesmiddelen neemt, vraag dit dan aan uw arts.

  1. Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

Een bijwerking die ernstig kan zijn: de allergische reactie.

Een mogelijke bijwerking is een allergische reactie (anafylactisch) of een reactie allergisch van aard (anafylactoïde). Deze bijwerking kan licht zijn maar ook snel zeer ernstig worden.

Mogelijke symptomen van een allergische reactie zijn:  kleine puistjes of roodheid op de huid, jeuk (netelroos);

 malaise (misselijk gevoel) of plotselinge zwakheid, koorts of koude rillingen;  zwelling van het aangezicht, vooral van de lippen of de oogleden;  zwelling van de tong en de keel die tot ernstige ademhalingsmoeilijkheden kan leiden;  pijn of beklemming op de borstkas, kortademigheid, piepende ademhaling of luidruchtig ademen;  daling van de bloeddruk, vertragen van het hart, bewustzijnsverlies (anafylactische shock).

Breng onmiddellijk uw arts of uw verpleegkundige op de hoogte als u een teken van een allergie opmerkt: uw infusie zal onmiddellijk worden stopgezet.

Andere mogelijke bijwerkingen, gekoppeld aan het geneesmiddel

Bijwerkingen waargenomen tijdens de infusies met Glucose 20 %:  verhoging van de hoeveelheid suiker in het bloed (hyperglykemie):  verschijnen van puistjes op de huid (huiduitslag).

Bijwerkingen waargenomen bij andere geneesmiddelen die glucose bevatten en gebruikt werden in een injectie of een infusie. Deze effecten zouden dus ook kunnen voorkomen met Glucose 20 %:  wijzigingen in de waarden van de elektrolyten in het bloed (elektrolytenstoornissen), waaronder:

  • lage waarden van natrium in het bloed dat kan verworven zijn tijdens ziekenhuisopname (nosocomiale hyponatriëmie) en een verwante neurologische aandoening (acute hyponatriëmische encefalopathie). Hyponatriëmie kan leiden tot onomkeerbaar hersenletsel en overlijden ten gevolge van cerebraal oedeem/zwelling van de hersenen (zie ook rubriek 2 "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?");

 problemen van de werking van de lever of de galblaas (leverfalen, levercirrose, leverfibrose, cholestase, hepatische steatose, cholecystitis) stenen in de lever (cholelithiase), afwijkingen in de werking van de lever die zichtbaar zijn door bloedanalyse (verhoging van bilirubinemie, verhoging van de leverenzymen);

 het vormen van minerale afzettingen in de bloedvaten van de longen;  verhoging van de hoeveelheid bloed in de bloedvaten (hypervolemie).

Bijwerkingen waargenomen wanneer geconcentreerde glucoseoplossingen (hypertonisch) te snel werden toegediend. Gezien Glucose 20 % een hypertonische oplossing is, zouden deze effecten dus ook kunnen voorkomen met Glucose 20 %:  verstoord evenwicht van de minerale zouten in het bloed, in het bijzonder een daling van kalium (hypokaliëmie), fosfaten (hypofosfatemie) en magnesium (hypomagnesiëmie);  vochtretentie met zwelling, bijvoorbeeld in de benen (oedeem);  afwijkingen in de urineproductie (diurese);  verhoging van de hoeveelheid suiker in het bloed (hyperglykemie):  aanwezigheid van suiker in de urine (glucosurie);  coma veroorzaakt door een zeer ernstig verlies van water (hyperosmolaire coma);  ontsteking van een ader (flebitis).

Andere mogelijke bijwerkingen, gekoppeld aan de infusie zelf

Bijwerkingen waargenomen in het gebied waar de infusie wordt uitgevoerd:  roodheid (erytheem);  ontsteking van de ader op de plaats waar de infusie wordt ingebracht (flebitis op de infusieplaats);  infectie in het gebied waar de infusie wordt aangebracht:  bloedlek aan de buitenkant van de ader (extravasatie);  vorming van een klonter in de ader van de infusie (veneuze trombose);  verspreiding van een klonter of van een ontsteking in de aders op een afstand van het gebied van de infusie;  vorming van een klonter met ontsteking in de ader (tromboflebitis): deze mogelijke bijwerking is gekoppeld aan hyperosmolaire oplossingen, en zou dus ook kunnen voorkomen met Glucose 20 %.

Bijwerkingen gekoppeld aan de duur van de behandeling met een infusie: Indien de behandeling lang duurt, bestaat het gevaar op infectie van het bloed (sepsis) als de infusie niet op een geheel steriele manier is aangebracht van in het begin.

U mag nooit Glucose 20 % toegediend krijgen als:  u allergisch bent voor glucose in infusie of voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6;  u een bloeding heeft in uw hersenen of in uw ruggenmerg (intracraniale of intraspinale bloeding);  u niet meer kunt plassen (anurie);  u in coma raakt door een slechte werking van uw lever (hepatische coma);  u veel water en minerale zouten heeft verloren (ernstige dehydratie);  uw darmen de glucose uit voedsel niet goed kunnen opnemen (glucosemalabsorptiesyndroom);  u te veel suiker in uw bloed heeft (hyperglykemie);  uw lichaam te veel water bevat (waterintoxicatie, ook vochtopstapeling genoemd);  u niet genoeg natrium in uw bloed heeft (hyponatriëmie);  u niet genoeg kalium in uw bloed heeft (hypokaliëmie);  uw nieren slecht werken (nierfalen);  u een hersenoperatie moet ondergaan of net een hersenoperatie heeft gehad.

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel toegediend krijgt. Als u een infusie met Glucose 20 % krijgt tijdens uw bevalling, kan het geneesmiddel leiden tot een verhoging van de hoeveelheid suiker in het bloed van de baby (foetale hyperglykemie) en tot een verzuring van zijn/haar bloed (metabole acidose) en dat kan als rebound-effect een afname van de hoeveelheid suiker in het bloed van de baby (hypoglykemie) tot gevolg hebben na de bevalling. Uw arts zal voor uw geval de risico's en voordelen van een infusie met Glucose 20 % afwegen.

Glucose 20 % wordt door middel van een langzame en lange injectie toegediend in een ader, via een slangetje (een katheter). Dit geneesmiddel kan verdund of onverdund worden gebruikt. In geval dit geneesmiddel puur (onverdund) wordt gebruikt, zal de katheter worden aangesloten op een grote ader in uw lichaam (centraal veneuze katheterisatie). Eens de katheter geplaatst is, zal hij op uw huid worden vastgemaakt zodat hij niet beweegt tijdens de duur van de infusie.

Uw arts zal de hoeveelheid Glucose 20 % en de snelheid van de infusie aanpassen in functie van uw leeftijd, uw gewicht, uw toestand en andere geneesmiddelen die aan de infusie worden toegevoegd, als dit het geval is.

Uw arts zal aan uw infusie met Glucose 20 % vitaminen, minerale zouten of voedingsstoffen (bijvoorbeeld aminozuren) toevoegen als u dit nodig heeft. Uw arts zal misschien ook een of meer geneesmiddelen toevoegen aan uw infusie met Glucose 20 %: als dit het geval is, lees dan ook de bijsluiter van deze geneesmiddelen naast die van Glucose 20 %.

Vóór en tijdens de infusie zal uw arts de volgende zaken opvolgen : - volume lichaamsvocht - de zuurgraad van uw bloed en urine - de hoeveelheid elektrolyten in uw lichaam (voornamelijk natrium, bij patiënten met hoge waarden van het hormoon vasopressine of bij patiënten die andere geneesmiddelen nemen die de werking van vasopressine verhogen).

CNK 0023432
Organisaties Baxter
Merken Baxter
Breedte 130 mm
Lengte 320 mm
Diepte 30 mm
Hoeveelheid verpakking 1
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)