Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
U mag GLUCION 10 % NIET toegediend krijgen als u lijdt aan een van de volgende aandoeningen: U bent allergisch voor een van de stoffen in dit medicijn. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 van deze bijsluiter; U heeft een nierziekte waardoor u kalium niet op normale wijze kunt elimineren (kaliumstapeling); Uw bloed bevat te veel kalium (hyperkaliëmie); Uw bloed bevat te veel melkzuur (hyperlactatemie); Uw bloed bevat te veel suiker (hyperglykemie); U heeft bloedingen in de schedel (intracraniële bloedingen); Uw lichaam bevat te veel water (hyperhydratatie), in die mate dat het schadelijk is (waterintoxicatie); Uw minerale zouten zijn niet in evenwicht en uw bloed is niet voldoende zuur meer (metabole alkalose); U lijdt aan een leverziekte waardoor uw lever melkzuur niet meer kan omzetten (metaboliseren); U lijdt aan gedecompenseerde diabetes of een suikerintolerantie (glucose-intolerantie). Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit medicijn? Neem contact op met uw arts voordat u dit medicijn gebruikt. Licht uw arts in als u een van de volgende medische aandoeningen heeft of gehad heeft: hartproblemen: uw arts zal erop toezien dat dit medicijn de hoeveelheid bloedvocht niet te veel verhoogt om uw hart niet te vermoeien; bekende allergie voor maïs of maïsproducten; myasthenie (aandoening die progressieve spierzwakte veroorzaakt); ernstig nierfalen; pre-eclampsie of eclampsie (hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap); elke andere aandoening die gepaard gaat met natriumretentie (het lichaam houdt te veel natrium vast); hypocalciëmie (een te laag calciumgehalte in het bloed); elke aandoening waardoor u meer aanleg krijgt voor hyperkaliëmie (een te hoog kaliumgehalte in het bloed), zoals: nierfalen; bijnierinsufficiëntie (deze aandoening van de bijnieren beïnvloedt de hormonen die de concentraties aan chemicaliën in het lichaam helpen onder controle te houden); acute dehydratie (waterverlies uit het lichaam), bijvoorbeeld als gevolg van braken of diarree; uitgebreide weefselbeschadiging (zoals kan optreden bij hevige brandwonden); hyperfosfatemie (een te hoog fosfaatgehalte in het bloed); diabetes (het bloedsuikergehalte wordt nauwlettend gecontroleerd en gevolgd en de insulinebehandeling moet mogelijk worden aangepast); verwonding opgelopen aan het hoofd tijdens de voorbije 24 uur; ischemische aanval (beroerte als gevolg van een klonter in een bloedvat in de hersenen); een aandoening die de oorzaak is van een verhoogd gehalte van vasopressine, een hormoon dat het vocht in uw lichaam regelt. U zou te veel vasopressine in uw lichaam kunnen hebben omdat u, bijvoorbeeld: o een plotse en ernstige ziekte heeft gehad, o pijn heeft, o een operatie heeft ondergaan, o infecties, brandwonden of een hersenziekte heeft, o ziekten heeft die te maken hebben met uw hart, lever, nieren of centrale zenuwstelsel, o bepaalde medicijnen inneemt (zie ook hieronder "Gebruikt u nog andere medicijnen?"). Hierdoor kan het risico op een laag natriumgehalte in uw bloed stijgen en dit kan leiden tot hoofdpijn, misselijkheid, toevallen, lethargie, coma, zwelling van de hersenen en overlijden. Zwelling van de hersenen verhoogt het risico op overlijden en op hersenschade. Mensen die een risico lopen op zwelling van de hersenen zijn: - kinderen - vrouwen (in het bijzonder wanneer u in de vruchtbare leeftijd bent) - mensen die problemen hebben met het vochtniveau in hun hersenen, bijvoorbeeld, door meningitis, bloeding in de schedel of een hersenletsel. ernstig leverfalen (ontoereikende werking van de lever); hypervolemie (te veel vocht in het lichaam). Waarschuw uw arts als u corticoïden gebruikt (ook corticosteroïden genoemd die bijvoorbeeld gebruikt worden tegen reuma, longziektes of een allergie): uw arts zal u uw infuus voorzichtig toedienen, want corticosteroïden werken in op de vochten en de minerale zouten van het lichaam. Tijdens uw behandeling zal uw arts regelmatig bloedanalyses laten uitvoeren om de hoeveelheid minerale zouten in uw bloed te controleren (bloedionogram) en ook de sterkere of minder sterke zuurgraad van uw bloed (zuur-base-evenwicht). De persoon die u het infuus met GLUCION 10 % zal toedienen, zal alle nodige voorzorgsmaatregelen treffen om dit infuus in alle veiligheid te laten verlopen. Deze persoon: - zal nagaan of de zakken niet beschadigd zijn (heldere oplossing); - zal de zakken één voor één plaatsen om het risico te vermijden u met luchtbellen in te spuiten; - zal de zakken na eerste gebruik weggooien: een zak wordt nooit opnieuw gebruikt; - zal om de 24 uur een andere injectieplaats gebruiken: dat beperkt het risico op de vorming van klontertjes in de aders (tromboflebitis), waardoor die verstopt zouden kunnen raken; - zal een grote ader kiezen en u het infuus langzaam toedienen, om irritatie van de ader te vermijden.
Dit medicijn wordt gebruikt om de lichaamsvochten te herstellen en opnieuw in evenwicht te brengen in geval van:
normaal vochtverlies, via de ademhaling, transpiratie en uitscheiding van urine;
te groot vochtverlies (lichte uitdroging) met verzuring van het bloed (metabole acidose), bijvoorbeeld door een fistel, brandwonden, koorts of braken.
Dit medicijn dekt de normale behoefte van het lichaam aan water, minerale zouten en energie (calorieën).
Welke stoffen zitten er in dit medicijn?
De werkzame stoffen in dit medicijn zijn: glucosemonohydraat, natriumlactaat 60% (pH 5,3), natriumchloride, dikaliumfosfaat, kaliumchloride, melkzuur, magnesiumchloridehexahydraat.
De andere stoffen (hulpstoffen) in dit medicijn zijn: water voor injecteerbare bereiding, zoutzuur (de hoeveelheid die nodig is om de pH aan te passen).
Het gebruik van volgende medicijnen wordt niet aanbevolen als u GLUCION 10% toegediend krijgt:
kaliumsparende diuretica (zoals amiloride, spironolacton en triamtereen); angiotensineconverterende enzymremmers (ACE-remmers) (medicijnen voor de behandeling van een hoge bloeddruk); angiotensine II-receptorantagonisten (medicijnen voor de behandeling van een hoge bloeddruk); tacrolimus (medicijn om de afstoting van een transplantaat te voorkomen en bepaalde huidaandoeningen te behandelen); ciclosporine (medicijn om de afstoting van een transplantaat te voorkomen).
Deze medicijnen kunnen het kaliumgehalte in het bloed verhogen, wat levensgevaarlijk kan zijn. Een stijging van het kaliumgehalte in het bloed is waarschijnlijker als u lijdt aan een nieraandoening.
Sommige medicijnen werken in op het hormoon vasopressine. Deze medicijnen kunnen bestaan uit
medicatie tegen diabetes (chloorpropamide), medicijnen tegen cholesterol (clofibraat), sommige medicijnen tegen kanker (vincristine, ifosfamide, cyclofosfamide), selectieve serotonineheropnameremmers (gebruikt om depressie te behandelen), antipsychotica opiaten voor krachtige pijnstilling, medicijnen tegen pijn en/of ontsteking (ook bekend als NSAID's) medicijnen die de werking van vasopressine nabootsen of versterken zoals desmopressine (gebruikt om toegenomen dorst en urine-uitscheiding te behandelen), terlipressine (gebruikt om bloeding van de slokdarm te behandelen) en oxytocine (gebruikt om de bevalling in te leiden). anti-epileptica (carbamazepine en oxcarbazepine) diuretica (medicijnen om beter te kunnen plassen).
Andere medicijnen die een invloed kunnen hebben op of kunnen worden beïnvloed door GLUCION 10 %:
corticosteroïden (ontstekingsremmers); zuurhoudende medicijnen waaronder:
salicylaten (medicijnen voor de behandeling van ontstekingen) (aspirine); barbituraten (slaaptabletten); lithium (medicijn voor de behandeling van psychische stoornissen); alkalische (basische) medicijnen waaronder:
sympathicomimetica (stimulerende medicijnen zoals efedrine en pseudo-efedrine die gebruikt worden in hoest- en verkoudheidspreparaten); andere stimulerende medicijnen (zoals kinidine of dexamfetaminesulfaat).
Zoals elk medicijn kan ook dit medicijn bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.
In zeldzame tot heel zeldzame gevallen kan het toedienen van magnesiumzouten via een ader een allergische reactie van het type netelroos veroorzaken (rode knobbeltjes of vlekjes, met jeuk of een branderig gevoel, net zoals een prik van een brandnetel). Als dit zich voordoet tijdens uw infuus met GLUCION 10 % (dit medicijn bevat magnesiumzouten), waarschuw dan onmiddellijk de persoon die u het infuus geeft en de arts die het u heeft voorgeschreven.
De volgende bijwerkingen kunnen zich voordoen:
• pijn op de plaats van het infuus;
• vorming van klontertjes in de aders, met risico op verstopping (flebitis, tromboflebitis).
• te grote hoeveelheid suiker in het bloed (hyperglykemie);
• daling van de normale zuurgraad van het bloed, die een zuur-base-onevenwicht van het lichaam veroorzaakt (alkalose);
• borstongemak;
• kortademigheid (dyspnoea);
• koude rillingen;
• piepen;
• hyperemie;
• overmatig blozen;
• een te hoog kaliumgehalte in het bloed (hyperkaliëmie);
• urticaria (jeuk);
• stijging van de zuurgraad van het bloed, die een zuur-base-onevenwicht van het lichaam veroorzaakt (lactaatacidose);
• te veel water in het lichaam (hyperhydratatie), in die mate dat het schadelijk is (waterintoxicatie);
• te grote hoeveelheid natrium (zout) in het bloed (hypernatriëmie);
• suiker in de urine (glucosurie);
• hard transpireren (hyperhidrose);
• te lage bloeddruk (hypotensie);
• lage waarden van natrium in het bloed dat kan verworven zijn tijdens ziekenhuisopname (nosocomiale hyponatriëmie) en een verwante neurologische aandoening (acute hyponatriëmische encefalopathie). Hyponatriëmie kan leiden tot onomkeerbaar hersenletsel en overlijden ten gevolge van cerebrale oedeem/zwelling van de hersenen (zie ook de rubriek 2 "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit medicijn?").
Andere bijwerkingen, die te maken hebben met de toediening in de ader
Sommige bijwerkingen kunnen gepaard gaan met de techniek van de toediening en hebben dan niets te maken met het medicijn zelf:
• tachycardie (een snelle hartslag), hartkloppingen, borstkaspijn, ademhalingsfrequentie verhoogd, gevoel abnormaal, pilo-erectie, œdeem perifeer;
• koorts;
• infectie op de plaats van de injectie;
• pijn of irritatie op de plaats van de injectie;
• irritatie van de ader;
• vorming van klontertjes in de ader (veneuze trombose of flebitis) die zich uitbreiden vanaf de plaats van de injectie;
• lekkage van vloeistof uit de ader (extravasatie);
• te grote stijging van het bloedvolume (hypervolemie).
U mag GLUCION 10 % NIET toegediend krijgen als u lijdt aan een van de volgende aandoeningen:
U bent allergisch voor een van de stoffen in dit medicijn. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 van deze bijsluiter;
U heeft een nierziekte waardoor u kalium niet op normale wijze kunt elimineren (kaliumstapeling);
Uw bloed bevat te veel kalium (hyperkaliëmie);
Uw bloed bevat te veel melkzuur (hyperlactatemie);
Uw bloed bevat te veel suiker (hyperglykemie);
U heeft bloedingen in de schedel (intracraniële bloedingen);
Uw lichaam bevat te veel water (hyperhydratatie), in die mate dat het schadelijk is (waterintoxicatie);
Uw minerale zouten zijn niet in evenwicht en uw bloed is niet voldoende zuur meer (metabole alkalose);
U lijdt aan een leverziekte waardoor uw lever melkzuur niet meer kan omzetten (metaboliseren);
U lijdt aan gedecompenseerde diabetes of een suikerintolerantie (glucose-intolerantie).
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit medicijn krijgt toegediend. Tijdens de zwangerschap: er zijn geen specifieke contra-indicaties, uw arts zal evalueren of u dit medicijn tijdens uw zwangerschap mag gebruiken. Tijdens de bevalling: als dit medicijn voor en tijdens de bevalling wordt gebruikt, kan het een daling van het suikergehalte in het bloed veroorzaken bij de pasgeborene (hypoglykemie).
GLUCION 10 % wordt door een arts of verpleegkundige toegediend. Uw arts beslist hoeveel u nodig heeft en wanneer het aan u toegediend wordt, wat afhankelijk is van uw leeftijd, gewicht, toestand, uw hydratatietoestand (hoeveelheid water in uw lichaam) en de reden voor behandeling. De dosering kan ook afhankelijk zijn van andere gelijktijdige behandelingen.
De aanbevolen dosering is 2500 tot 3000 ml per dag voor volwassenen. Het medicijn wordt doorgaans met een snelheid van 4 tot 6 ml per minuut toegediend. Om na te gaan of deze dosis wel goed aangepast is, zal uw arts regelmatig bloed- en urineanalyses laten uitvoeren, vooral tijdens de eerste uren van het infuus. Uw arts kan op die manier zo nodig uw dosis aanpassen.
Vóór en tijdens de infusie zal uw arts de volgende zaken opvolgen:
volume lichaamsvocht de zuurgraad van uw bloed en urine de hoeveelheid elektrolyten in uw lichaam (voornamelijk natrium, bij patiënten met hoge waarden van het hormoon vasopressine of bij patiënten die andere medicijnen nemen die de werking van vasopressine verhogen).
| CNK | 0065755 |
|---|---|
| Organisaties | Baxter |
| Merken | Baxter |
| Breedte | 154 mm |
| Lengte | 289 mm |
| Diepte | 53 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 1 |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |