Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 6,70 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 3,99 (6% inclusief btw)
Dit product moet worden goedgekeurd door de apotheker.
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Hyperkaliëmie Gelijktijdig gebruik met kaliumsupplementen, kaliumsparende diuretica, kaliumhoudend vervangingszout of andere middelen die het kaliumgehalte verhogen (bv. heparine), wordt niet aanbevolen. Het kaliumgehalte moet indien nodig worden opgevolgd. Nierfunctiestoornis Er is momenteel geen ervaring met het veilig gebruik bij patiënten met een creatinineklaring van < 10 ml/min en bij patiënten die worden gedialyseerd. Daarom moet valsartan bij deze patiënten met voorzichtigheid worden gebruikt. Een dosisaanpassing voor volwassen patiënten met een creatinineklaring van > 10 ml/min is niet nodig (zie rubrieken 4.2 en 5.2). Concomiterend gebruik van ARB's - met inbegrip van valsartan - of ACE-remmers en aliskiren is gecontra-indiceerd bij patiënten met nierinsufficiëntie (GFR < 60 ml/min/1,73 m²) (zie rubrieken 4.3 en 4.5). Leverfunctiestoornis Bij patiënten met een lichte tot matige leverfunctiestoornis zonder cholestasis moet valsartan met voorzichtigheid worden gebruikt (zie rubrieken 4.2 en 5.2). Patiënten met natrium- en/of volumedepletie Bij patiënten met een ernstige natrium- en/of volumedepletie, zoals patiënten die hoge doses diuretica krijgen, kan in zeldzame gevallen een symptomatische hypotensie optreden na het starten van een behandeling met valsartan. Natrium- en/of volumedepletie moeten worden gecorrigeerd voor de start van de behandeling met Valsartan Sandoz, bijvoorbeeld door de dosering van het diureticum te verlagen. Nierarteriestenose Bij patiënten met een bilaterale nierarteriestenose of een nierarteriestenose van een solitaire nier werd de veiligheid van gebruik van Valsartan Sandoz niet aangetoond. Een korte toediening van valsartan aan twaalf patiënten met renovasculaire hypertensie als gevolg van een unilaterale nierarteriestenose veroorzaakte geen significante veranderingen van de renale hemodynamiek, het serumcreatinine of het ureumstikstofgehalte in het bloed. Andere middelen die het renine-angiotensinesysteem beïnvloeden, kunnen het bloedureum en het serumcreatinine echter verhogen bij patiënten met een unilaterale nierarteriestenose. Daarom wordt monitoring van de nierfunctie aanbevolen bij patiënten die worden behandeld met valsartan. Niertransplantatie Er is nog geen ervaring met een veilig gebruik van valsartan bij patiënten bij wie recentelijk een niertransplantatie werd verricht. Primair hyperaldosteronisme Patiënten met een primair hyperaldosteronisme mogen niet worden behandeld met valsartan, omdat hun renine-angiotensinesysteem niet geactiveerd is. Aorta- en mitraalklepstenose, hypertrofische obstructieve cardiomyopathie Zoals met andere vasodilatatoren is bijzondere voorzichtigheid geboden bij patiënten met een aorta- of een mitraalklepstenose of een hypertrofische obstructieve cardiomyopathie (HOCM). Zwangerschap Angiotensine II-receptorantagonisten (AIIRA's) mogen niet worden gestart tijdens de zwangerschap. Patiënten die een zwangerschap plannen, moeten overschakelen op een andere bloeddrukverlagende behandeling waarvan werd aangetoond dat ze veilig is bij gebruik tijdens de zwangerschap, tenzij voortzetting van de behandeling met de angiotensine II- receptorantagonist essentieel wordt geacht. Als een zwangerschap wordt gediagnosticeerd, moet de behandeling met AIIRA's onmiddellijk worden stopgezet en indien gepast, moet een alternatieve behandeling worden gestart (zie rubrieken 4.3 en 4.6). Recent myocardinfarct (enkel 40 mg, 80 mg en 160 mg) Bij gecombineerd gebruik van captopril en valsartan werd geen extra klinisch voordeel waargenomen. In plaats daarvan nam het risico op bijwerkingen toe in vergelijking met behandeling met de geneesmiddelen afzonderlijk (zie rubrieken 4.2 en 5.1). Daarom wordt het gebruik van valsartan in combinatie met een ACE-remmer niet aangeraden. Voorzichtigheid is geboden wanneer de behandeling wordt gestart bij patiënten met post- myocardinfarct. Bij patiënten die een myocardinfarct hebben doorgemaakt moet beoordeling van de nierfunctie altijd deel van de evaluatie uitmaken (zie rubriek 4.2). Het gebruik van valsartan bij postinfarctpatiënten leidt vaak tot een zekere daling van de bloeddruk, maar stopzetting van de behandeling wegens aanhoudende symptomatische hypotensie is gewoonlijk niet noodzakelijk als de instructies voor de dosering worden nageleefd (zie rubriek 4.2). Hartfalen (enkel 40 mg, 80 mg en 160 mg) Er is een mogelijk verhoogd risico op bijwerkingen, vooral dan op hypotensie, hyperkaliëmie en verminderde nierfunctie (met inbegrip van acuut nierfalen) bij gebruik van Valsartan Sandoz in combinatie met een ACE-remmer. Bij patiënten met hartfalen is het klinische nut van een drievoudige combinatie van een ACE-remmer, een bètablokker en Valsartan Sandoz niet bewezen (zie rubriek 5.1). Die combinatie verhoogt blijkbaar het risico op bijwerkingen en wordt daarom niet aanbevolen. Een drievoudige combinatie van een ACE-remmer, een mineraalcorticoïde receptorantagonist en valsartan wordt evenmin aanbevolen. Gebruik van deze combinaties moet gebeuren onder toezicht van een geneesheer-specialist en frequente nauwgezette controles van de nierfunctie, de elektrolyten en de bloeddruk zijn eveneens noodzakelijk. Voorzichtigheid is geboden bij het starten van de behandeling bij patiënten met hartfalen. Bij de evaluatie van patiënten met hartfalen moet steeds de nierfunctie worden gemeten (zie rubriek 4.2). Het gebruik van Valsartan Sandoz bij patiënten met hartfalen leidt vaak tot een zekere daling van de bloeddruk, maar stopzetting van de behandeling wegens aanhoudende symptomatische hypotensie is gewoonlijk niet noodzakelijk als de instructies voor de dosering worden nageleefd (zie rubriek 4.2). Bij patiënten bij wie de nierfunctie mogelijk afhangt van de activiteit van het renine- angiotensinesysteem (bv. patiënten met ernstig congestief hartfalen), kan een behandeling met remmers van het angiotensineconverterende enzym oligurie en/of progressieve nierinsufficiëntie veroorzaken en in zeldzame gevallen acute nierinsufficiëntie en/of de dood. Aangezien valsartan een angiotensine II-antagonist is, kan niet worden uitgesloten dat het gebruik van Valsartan Sandoz de nierfunctie kan verstoren. ACE-remmers en angiotensine II-receptorblokkers mogen niet concomitant worden gebruikt bij patiënten met diabetische nefropathie. Geschiedenis van angio-oedeem Angio-oedeem met inbegrip van zwelling van de larynx en de glottis met daardoor een obstructie van de luchtwegen en/of zwelling van het gezicht, de lippen, de farynx en/of de tong werd gerapporteerd bij patiënten die werden behandeld met valsartan; sommige van die patiënten hadden daarvoor al angio-oedeem vertoond met andere geneesmiddelen zoals ACE- remmers. Valsartan Sandoz moet onmiddellijk worden stopgezet bij patiënten die een angio- oedeem ontwikkelen en valsartan mag niet worden hervat (zie rubriek 4.8). Intestinaal angio-oedeem Intestinaal angio-oedeem is gemeld bij patiënten die werden behandeld met angiotensine II- receptorantagonisten, [waaronder valsartan] (zie rubriek 4.8). Bij deze patiënten deden zich buikpijn, misselijkheid, braken en diarree voor. De symptomen verdwenen na stopzetting van angiotensine II-receptorantagonisten. Wanneer intestinaal angio-oedeem wordt vastgesteld, moet het gebruik van valsartan worden gestaakt en moet gepaste monitoring plaatsvinden tot de symptomen volledig zijn verdwenen. Andere aandoeningen met stimulering van het renine-angiotensinesysteem (enkel 320 mg) Bij patiënten bij wie de nierfunctie mogelijk afhangt van de activiteit van het renine- angiotensinesysteem (bv. patiënten met ernstig congestief hartfalen), kan een behandeling met remmers van het angiotensineconverterende enzym oligurie en/of progressieve nierinsufficiëntie veroorzaken en in zeldzame gevallen acute nierinsufficiëntie en/of de dood. Aangezien valsartan een angiotensine II-antagonist is, kan niet worden uitgesloten dat het gebruik van Valsartan Sandoz de nierfunctie kan verstoren. Dubbele blokkade van het renine-angiotensine-aldosteronsysteem (RAAS) Er zijn bewijzen dat het concomitante gebruik van ACE-remmers, angiotensine II- receptorblokkers of aliskiren het risico op hypotensie, hyperkaliëmie of verminderde nierfunctie (met inbegrip van acuut nierfalen) verhoogt. De dubbele blokkade of RAAS door het gebruik van ACE-remmers, angiotensine II-receptorblokkers of aliskiren is daarom niet aanbevolen (zie rubrieken 4.5 en 5.1). Indien de dubbele blokkadetherapie als absoluut noodzakelijk wordt beschouwd, mag ze enkel worden toegepast onder toezicht door een geneesheer-specialist en blijven frequente nauwgezette controles van de nierfunctie, de elektrolyten en de bloeddruk eveneens noodzakelijk. ACE-remmers en angiotensine II-receptorblokkers mogen niet concomitant worden toegediend aan patienten met diabetische nefropathie. Pediatrische populatie Nierfunctiestoornis Gebruik bij pediatrische patiënten met een creatinineklaring van < 30 ml/min en bij pediatrische dialysepatiënten werd niet onderzocht; daarom wordt valsartan niet aanbevolen voor deze patiënten. Een dosisaanpassing voor pediatrische patiënten met een creatinineklaring van > 30 ml/min is niet nodig (zie rubrieken 4.2 en 5.2). De nierfunctie en de serum kalium spiegel dienen scherp gecontroleerd te worden tijdens behandeling met valsartan. Dit is met name van toepassing, wanneer valsartan wordt gegeven in aanwezigheid van andere aandoeningen (koorts, uitdroging) die de nierfunctie verstoren. Concomiterend gebruik van ARB's - met inbegrip van valsartan - of ACE-remmers en aliskiren is gecontra-indiceerd bij patiënten met nierinsufficiëntie (GFR < 60 ml/min/1,73 m²) (zie rubrieken 4.3 en 4.5). Leverfunctiestoornis Net als bij volwassenen, is Valsartan Sandoz gecontra-indiceerd bij pediatrische patiënten met een ernstige leverfunctiestoornis, galcirrose en bij patiënten met cholestase (zie rubrieken 4.3 en 5.2). Er is weinig klinische ervaring met valsartan bij pediatrische patiënten met een lichte tot matige leverfunctiestoornis. De dosis valsartan mag bij deze patiënten niet hoger zijn dan 80 mg.
Hypertensie
Recent myocardinfarct
Symptomatisch hartfalen
Welke stoffen zitten er in dit middel?
De werkzame stof in dit middel is valsartan.
Elke filmomhulde tablet bevat 80 mg valsartan.
Elke filmomhulde tablet bevat 160 mg valsartan.
Elke filmomhulde tablet bevat 320 mg valsartan.
De andere stoffen in dit middel zijn:
Tabletkern: microkristallijne cellulose, crospovidon, watervrij colloïdaal siliciumdioxide, magnesiumstearaat
Filmomhulling: hypromellose, titaandioxide (E171), macrogol 8000, rood ijzeroxide (E172), geel ijzeroxide (E172); verder in Valsartan Sandoz 160 mg -320 mg filmomhulde tabletten: zwart ijzeroxide (E172)
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u naast Valsartan Sandoz nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker.
Het effect van de behandeling kan worden beïnvloed als Valsartan Sandoz samen met bepaalde andere geneesmiddelen wordt ingenomen. Het kan nodig zijn de dosering te veranderen, andere voorzorgsmaatregelen te nemen of in sommige gevallen een van de geneesmiddelen stop te zetten. Dat geldt zowel voor voorschriftplichtige geneesmiddelen als voor geneesmiddelen die u zonder voorschrift kunt verkrijgen, vooral:
andere geneesmiddelen die de bloeddruk verlagen, vooral plasmiddelen (diuretica), ACE-remmers (zoals enalapril en lisinopril) of aliskiren (zie ook de informatie onder "Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?" en "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?").
geneesmiddelen die het kaliumgehalte in uw bloed verhogen. Die omvatten kaliumsupplementen, kaliumhoudend vervangingszout, kaliumsparende geneesmiddelen en heparine.
bepaalde pijnstillers, niet-steroïdale ontstekingsremmende middelen (NSAID's) genaamd.
bepaalde antibiotica (rifamycinegroep), een geneesmiddel dat wordt gebruikt tegen afstoting van een overgeplant orgaan (ciclosporine) of een antiretroviraal middel dat wordt gebruikt om hiv-infectie/aids te behandelen (ritonavir). Die geneesmiddelen kunnen het effect van Valsartan Sandoz versterken.
lithium, een geneesmiddel dat wordt gebruikt om bepaalde psychiatrische aandoeningen te behandelen.
Bovendien:
als u wordt behandeld na een hartaanval, wordt een combinatie met ACE-remmers (geneesmiddelen om een hartaanval te behandelen) niet aanbevolen.
als u met een ACE-remmer wordt behandeld samen met andere geneesmiddelen om hartfalen te behandelen, zoals een mineraalcorticoïde receptorantagonist (MRA) (bijvoorbeeld spironolactone, eplerenon) of bètablokkers (bijvoorbeeld metoprolol).
In gecontroleerde klinische studies bij volwassen patiënten met hypertensie was de totale incidentie van bijwerkingen vergelijkbaar met die in de placebogroep en strookten de bijwerkingen met de farmacologie van valsartan. De incidentie van bijwerkingen was niet gerelateerd aan de dosering of de duur van de behandeling en vertoonde ook geen verband met het geslacht, de leeftijd of het ras. De bijwerkingen die werden gerapporteerd in klinische studies, de postmarketingervaring en laboratoriumbevindingen worden hieronder opgesomd volgens de systeemorgaanklasse. Bijwerkingen worden gerangschikt volgens frequentie, de frequentste het eerst, volgens de volgende conventie: zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100 tot < 1/10); soms (≥ 1/1000 tot < 1/100); zelden (≥ 1/10000 tot < 1/1000) en zeer zelden (< 1/10000), met inbegrip van geïsoleerde rapporten. Binnen elke frequentiecategorie worden de bijwerkingen gerangschikt in dalende volgorde van ernst. Van de bijwerkingen die werden gerapporteerd in de postmarketingbewaking en laboratoriumbevindingen, kan de frequentie niet worden bepaald en daarom worden ze vermeld onder de frequentiecategorie "niet bekend". - Hypertensie
Bloed- en lymfestelselaandoeningen Niet bekend Daling van het hemoglobinegehalte, daling van het hematocriet, neutropenie, trombopenie Immuunsysteemaandoeningen Niet bekend Overgevoeligheidsreacties, waaronder serumziekte Voedings- en stofwisselingsstoornissen Niet bekend Stijging van het serumkalium, hyponatriëmie Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen Soms Vertigo Bloedvataandoeningen Niet bekend Vasculitis Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen Soms Hoesten Maagdarmstelselaandoeningen Soms Buikpijn Zeer zelden Intestinaal angio-oedeem Lever- en galaandoeningen Niet bekend Stijging van de leverfunctiewaarden, waaronder een stijging van het serumbilirubinegehalte Huid- en onderhuidaandoeningen Niet bekend Angio-oedeem, bulleuze dermatitis, rash, jeuk Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen Niet bekend Spierpijn Nier- en urinewegaandoeningen Niet bekend Nierfalen en -insufficiëntie, stijging van het serumcreatinine Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Soms Vermoeidheid
Pediatrische patiënten
Hypertensie Het bloeddrukverlagend effect van valsartan werd beoordeeld in twee gerandomiseerde, dubbelblinde klinische studies (elk gevolgd door een uitbreidingsperiode of -studie) en één open-labelstudie. Aan deze studies deden 711 pediatrische patiënten van 6 tot jonger dan 18 jaar mee met en zonder chronische nierziekte (CKD), waarvan er 560 patiënten valsartan kregen. Met uitzondering van geisoleerde gevallen van gastrointestinale aandoeningen (zoals buikpijn, misselijkheid en braken) en duizeligheid, werden er geen verschillen in type, frequentie en ernst van bijwerkingen opgemerkt tussen het veiligheidsprofiel voor pediatrische patiënten in de leeftijd van 6 tot jonger dan 18 jaar en het profiel eerder gerapporteerd voor volwassen patiënten. Er werd een samengevoegde analyse uitgevoerd van 560 pediatrische patiënten met hypertensie (in de leeftijd van 6-17 jaar) die valsartan als monotherapie (n=483) of antihypertensieve combinatietherapie met valsartan (n=77) kregen. Van de 560 patiënten hadden 85 (15,2%) CKD (baseline GFR < 90 ml/min/1,73 m2). Over het algemeen stopten 45 (8,0%) patiënten met de studie vanwege bijwerkingen. Over het algemeen ervoeren 111 (19,8%) patiënten een geneesmiddelbijwerking, waarbij hoofdpijn (5,4%), duizeligheid (2,3%) en hyperkaliëmie (2,3%) het vaakst voorkwamen. Bij patiënten met CKD waren de vaakst voorkomende geneesmiddelbijwerkingen hyperkaliëmie (12,9%), hoofdpijn (7,1%), verhoogd bloedcreatinine (5,9%) en hypotensie (4,7%). Bij patiënten zonder CKD waren de vaakst voorkomende bijwerkingen hoofdpijn (5,1%) en duizeligheid (2,7%). Bijwerkingen werden vaker waargenomen bij patiënten die valsartan kregen in combinatie met andere antihypertensiva dan bij patiënten die alleen valsartan kregen. Neurocognitieve en ontwikkelingsbeoordeling van pediatrische patiënten in de leeftijd van 6 tot 16 jaar toonde geen algehele klinisch relevante negatieve impact na behandeling met valsartan tot maximaal een jaar. In een dubbelblinde gerandomiseerde studie met 90 kinderen in de leeftijd van 1 tot 6 jaar, welke werd gevolgd door een één jaar lange openlabel vervolgstudie, werden twee sterfgevallen en geïsoleerde gevallen van duidelijke verhoging van lever transaminasen gemeld. Deze gevallen traden op in een populatie die significante comorbiditeiten vertoonde. Een relationeel verband met valsartan is niet vastgesteld. In een tweede gerandomiseerde studie met 75 kinderen in de leeftijd van 1 tot 6 jaar werden geen significante verhogingen van lever transaminasen of sterfgevallen gemeld bij de behandeling met valsartan. Hyperkaliëmie werd meer frequent gerapporteerd bij kinderen en adolescenten in de leeftijd van 6 tot 18 jaar met een onderliggende chronische nierziekte. Het veiligheidsprofiel dat werd waargenomen in gecontroleerde klinische studies bij volwassen patiënten na een infarct en/of met hartfalen, verschilt van het algemene veiligheidsprofiel bij patiënten met hypertensie. Dat kan te maken hebben met de onderliggende ziekte van de patiënten. De bijwerkingen die bij volwassen patiënten met post-myocardinfarct en/of hartfalen optraden, worden hieronder vermeld.
Postmyocardinfarct en/of hartfalen (alleen bij volwassen patiënten bestudeerd)
Bloed- en lymfestelselaandoeningen Niet bekend Trombopenie Immuunsysteemaandoeningen Niet bekend Overgevoeligheid, waaronder serumziekte Voedings- en stofwisselingsstoornissen Soms Hyperkaliëmie Niet bekend Stijging van het serumkalium, hyponatriëmie Zenuwstelselaandoeningen Vaak Duizeligheid, posturale duizeligheid Soms Syncope, hoofdpijn Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen Soms Vertigo Hartaandoeningen Soms Hartfalen Bloedvataandoeningen Vaak Hypotensie, orthostatische hypotensie Niet bekend Vasculitis Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen Soms Hoesten Maagdarmstelselaandoeningen Soms Nausea, diarree Zeer zelden Intestinaal angio-oedeem Lever- en galaandoeningen Niet bekend Stijging van leverfunctie waarden Huid- en onderhuidaandoeningen Soms Angio-oedeem Niet bekend Bulleuze dermatitis, rash, jeuk Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen Niet bekend Spierpijn Nier- en urinewegaandoeningen Vaak Nierfalen en -insufficiëntie Soms Acute nierinsufficiëntie, stijging van het serumcreatinine Niet bekend Stijging van het bloedureumgehalte Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Soms Asthenie, vermoeidheid
Wanneer mag u dit middel niet innemen?
als u allergisch bent voor valsartan of voor één van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen
kunt u vinden in rubriek 6.
als u een ernstige leverziekte hebt.
Als u langer dan 3 maanden zwanger bent (het is ook beter Valsartan Sandoz te mijden in het begin van de zwangerschap - zie rubriek zwangerschap).
als u suikerziekte of een verminderde nierfunctie heeft en als u wordt behandeld met een bloeddrukverlagend geneesmiddel dat aliskiren bevat.
Als één van die punten op u van toepassing is, mag u Valsartan Sandoz niet innemen.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap Het gebruik van angiotensine II-receptorantagonisten (AIIRA's) wordt niet aanbevolen tijdens het eerste trimester van de zwangerschap (zie rubriek 4.4). Het gebruik van AIIRA's is gecontra-indiceerd tijdens het tweede en het derde trimester van de zwangerschap (zie rubrieken 4.3 en 4.4). De epidemiologische aanwijzingen van een risico op teratogeniciteit na blootstelling aan ACE-remmers tijdens het eerste trimester van de zwangerschap zijn niet conclusief, maar een lichte stijging van het risico kan niet worden uitgesloten. Er zijn geen gecontroleerde epidemiologische gegevens over het risico met AIIRA's, maar er zouden soortgelijke risico's kunnen zijn met die klasse van geneesmiddelen. Patiënten die een zwangerschap plannen, moeten overschakelen op een andere bloeddrukverlagende behandeling waarvan werd aangetoond dat ze veilig is bij gebruik tijdens de zwangerschap, tenzij voortzetting van de behandeling met de angiotensine II-receptorantagonist essentieel wordt geacht. Als een zwangerschap wordt gediagnosticeerd, moet de behandeling met AIIRA's onmiddellijk worden stopgezet en indien gepast, moet een alternatieve behandeling worden gestart. Een behandeling met AIIRA's tijdens het tweede en het derde trimester veroorzaakt foetotoxiciteit bij de mens (verminderde nierfunctie, oligohydramnion, vertraagde ossificatie van de schedel) en neonatale toxiciteit (nierinsufficiëntie, hypotensie, hyperkaliëmie); zie ook rubriek 5.3 "Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek". In geval van blootstelling aan AIIRA's tijdens het tweede trimester van de zwangerschap, wordt een echografische controle van de nierfunctie en de schedel aanbevolen. Zuigelingen van wie de moeders AIIRA's hebben ingenomen, moeten van dichtbij worden gevolgd op hypotensie (zie ook rubrieken 4.3 en 4.4). Borstvoeding Aangezien er geen informatie is over het gebruik van valsartan tijdens de periode van borstvoeding, wordt Valsartan Sandoz niet aanbevolen en is een andere behandeling met een beter bewezen veiligheidsprofiel tijdens de periode van borstvoeding te verkiezen, vooral bij het geven van borstvoeding aan een pasgeboren of premature zuigeling. Vruchtbaarheid Valsartan vertoonde geen negatieve voorvallen op de voortplanting van mannetjes- en vrouwtjesratten bij orale doses van maximaal 200 mg/kg/dag. Deze dosis is zesmaal de maximaal aanbevolen dosis voor mensen, omgerekend naar mg/m2 (bij de berekening wordt uitgegaan van een orale dosis van 320 mg/dag en een patiënt van 60 kg).
Volwassenen - Startdosis: 80 mg, 1 x /dag - Het maximaal effect wordt bereikt na 4 weken - Max. dosis: 320 mg /dag - Startdosis: 20 mg, 2 x /dag - Max. streefdosis: 160 mg, 2 x /dag - Startdosis: 40 mg, 2 x /dag - Max. dosis: 320 mg /dag, verdeeld over meerdere doses Kinderen 6 - 18 j - <35 kg: 40 mg, 1 x /dag - >35 kg: 80 mg, 1 x /dag - 18 -35 kg: 80 mg - 35 - 80 kg: 160 mg - 80 - 160 kg: 320 mg Toedieningswijze - Niet maaltijdgebonden - Met water innemen - De tablet kan verdeeld worden in gelijke helften
| CNK | 2748291 |
|---|---|
| Organisaties | Sandoz |
| Merken | Sandoz |
| Breedte | 65 mm |
| Lengte | 113 mm |
| Diepte | 68 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 98 |
| Actieve ingrediënten | valsartan |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |